Je leest:

Afkijken bij CSI

Afkijken bij CSI

Auteur: | 1 december 2017

De snelle DNA-analyse die je onderzoekers in series als CSI ziet doen, wordt binnenkort mogelijk in het echt gebruikt. Dat schrijft forensisch wetenschapper Anna Mapes van de Hogeschool van Amsterdam. Ze promoveerde op 30 november op haar onderzoek over hoe forensisch onderzoekers deze snelle techniek het beste kunnen gebruiken.

Iedereen die wel eens de politieserie CSI kijkt, herkent het beeld: een oplettende agent vindt een haar op het plaats delict, waarna ter plekke het DNA wordt geanalyseerd. Na een minuut rolt de uitslag uit het handzame apparaatje, precies op tijd om de wegvluchtende verdachte te grijpen. Dit beeld is een doorn in het oog van echte forensisch onderzoekers. In de realiteit kan het namelijk maanden duren voordat er uit bewijsmateriaal een DNA-profiel is opgesteld.

Uitgelicht door de redactie

Biologie
Krijgen we in de toekomst designerbaby’s?

Biologie
‘Uit de hele omgeving krijg je micro-organismen mee’

Scheikunde
‘Ik probeer slimmere materialen te maken’

In het lab moet je langer op een uitslag wachten, maar daar kan een onderzoeker ook uit kleine hoeveelheden DNA nog een DNA-profiel opstellen.
NFI voor gebruik op Nemo Kennislink

Toch lijkt dit scenario een steeds realistischer toekomstbeeld te worden. De technologie achter mobiele apparaten om DNA te analyseren, bestaat namelijk al een paar jaar. Sinds kort worden er proeven mee gedaan. Anna Mapes deed literatuuronderzoek en concludeert dat misdrijven sneller opgelost kunnen worden met de mobiele, snelle technieken. Tegelijkertijd zitten er ook nadelen aan, want de snelle techniek is ook ongevoeliger. Daardoor wordt er soms geen DNA gevonden op een sigarettenpeuk of leeg frisdrankblikje, terwijl hetzelfde DNA-materiaal in het lab wel tot een DNA-profiel zou hebben geleid.

Met de snelle techniek wordt DNA op een flesje soms gemist.

Plaats delict naspelen

Mapes onderzocht daarom wat er zou gebeuren als we deze mobiele techniek in gaan zetten op een plaats delict. Hiervoor liet ze veertig forensisch rechercheurs een nagebouwde plaats delict onderzoeken, zorgvuldig geobserveerd door haar collega vermomd als stagiair. De helft had de snelle DNA-techniek tot zijn beschikking, de andere helft doorzocht het gebied op de normale manier.

Het bleek dat de rechercheurs in deze groep meer sporen onderzochten op DNA, waaronder veel irrelevante en kansarme sporen. Dat bemoeilijkt de opsporing van een dader. “Forensisch onderzoekers moeten leren inschatten in welke sporen veel DNA zit”, zegt Mapes daarom. Haar onderzoek leverde een beslismodel voor de politie en het Openbaar Ministerie op, dat kan helpen bij het besluit om wel of geen gebruik te maken van de mobiele techniek. Door de juiste inzet kan de dader snel van de straat worden gehaald. “Een inbreker pleegt bijvoorbeeld vaak meerdere inbraken in een korte tijd. Nu blijft zo iemand lang rondlopen. Als we op de goede momenten gebruikmaken van de mobiele techniek, kunnen we een patroon doorbreken.”

Dit artikel is geschreven door een student van de master Science Communication aan de Vrije Universiteit. Onze redacteur Anne van Kessel heeft de studenten begeleid bij het schrijven van een nieuwsbericht.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 december 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.