Je leest:

‘ADHD is geen ziekte’

‘ADHD is geen ziekte’

ADHD is onder kinderen volksziekte nummer één. Het medicijngebruik om de stoornis te bestrijden neemt al even epidemische vormen aan. Maar Altijd-Druk-Heel-Druk is meestal geen medisch probleem, zegt psycholoog Laura Batstra: ‘ADHD een ziekte noemen is een denkfout.’

Laura Batstra.
Wikimedia Commons

ADHD is onder kinderen volksziekte nummer één. Het medicijngebruik om de stoornis te bestrijden neemt al even epidemische vormen aan. Maar Altijd-Druk-Heel-Druk is meestal geen medisch probleem, zegt psycholoog Laura Batstra, onderzoeker en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen in een opiniestuk van dezelfde universiteit. Volgens Batstra kan ADHD vaak worden voorkomen door de diagnose niet te stellen. ‘ADHD een ziekte noemen is een denkfout.’

ADHD niet automatisch stoornis

Het is een fout te denken dat ADHD (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder) een stoornis is in de hersenen, verklaart Batstra. ‘Verreweg de meeste kinderen met ADHD hebben geen afwijkende hersenen. Er is niet te weinig aan een bepaald stofje en er zijn ook geen hersengebiedjes kleiner. ADHD is niet meer dan een naam die we gegeven hebben aan problematisch hyperactief en impulsief gedrag. Maar lang niet alle drukke, zeer beweeglijke en snel afgeleide kinderen hoeven naar de psychiater.’

Rechtstreeks doorverwezen

Toch gebeurt dat meestal, betoogt Batstra. Ouders die met hun hyperactieve kind bij de huisarts aankloppen, worden negen van de tien keer rechtstreeks doorverwezen naar een psychiater, die vervolgens de diagnose ADHD stelt. Dat heeft ertoe geleid dat het aantal kinderen met ADHD explosief is gegroeid. Het is zelfs de meest voorkomende diagnose die kinderpsychiaters stellen en het aantal diagnoses groeit nog steeds. Ook het medicijngebruik explodeerde. Vorig jaar werd 1,1 miljoen keer een ADHD-medicijn voorgeschreven, ruim een verdubbeling ten opzichte van 2007.

Gedragsprobleem

Batstra: ‘Maar ADHD is een gedragsprobleem, in verreweg de meeste gevallen. Dus hoort behandeling ervan thuis bij gedragsdeskundigen zoals (ortho)pedagogen en psychologen. Niet bij medici, die vaak een medische oplossing zoeken en medicijnen zullen voorschrijven.’ Zelden wordt doorverwezen naar eerstelijnshulp, blijkt ook uit Batstra’s onderzoek onder Groningse huisartsen. ‘Ik pleit er voor eerst gedragswetenschappers in te schakelen, want inmiddels weten we dat hulp aan ouders en leerkrachten even effectief is als medicatie. Gedragsdeskundigen kunnen in de eerste lijn hulp bieden zonder die ADHD-diagnose te stellen. Dat scheelt veel geld, want psychiatrische diagnostiek is duur.’

ADHD kinderen zijn vaak sneller afgeleid, wat op school tot problemen kan leiden.
Wikimedia Commons

Kruis dragen

Het ADHD-stempel dat kinderen opgedrukt krijgen is in meer opzichten schadelijk, betoogt Batstra. ‘Waar ik me bijzonder druk over maak, is dat kinderen de boodschap krijgen dat zij eigenaar zijn van de problemen. Een ADHD-diagnose legt de oorzaak helemaal bij het kind. In de eerste plaats is dat onterecht: ADHD gedrag heeft oorzaken binnen én buiten het kind. Ten tweede vraag ik me af wat het met een kind doet wanneer het dat kruis moet dragen.’

Meer dan één oorzaak

In plaats van het kind zelf als bron van de hyperactiviteit aan te wijzen moet de oorzaak volgens Batstra gezocht worden in een complex van factoren. Daarbij spelen – naast aanleg van het kind – zaken als school, ouders en de veeleisende maatschappij een rol. ‘Dat samenspel maakt het ingewikkeld en dat wil men natuurlijk liever niet, het is veel eenvoudiger wanneer er één oorzaak wordt aangewezen, maar dat is een oversimplificatie.’

Industriële belangen

De farmaceutische industrie speelt in het geheel een kwalijke rol, vindt Batstra. Om de verkoop van medicijnen als Ritalin, Concerta, Medikinet en Equasym op te drijven heeft de industrie er belang bij dat de diagnose ADHD wordt gesteld. ‘En dus wordt een informatiestroom gecreëerd waarin ADHD wordt weggezet als een neurobiologische hersenziekte’, stelt Batstra, die vindt dat de industrie de stoornis ronduit promoot. ‘Het gaat veel te ver. De industrie zit overal. Farmaceuten betalen ouderverenigingen, maken websites over ADHD en belonen artsen die de medicijnen voorschrijven. De bedrijven besteden twee keer zoveel geld aan marketing van hun product als aan de ontwikkeling ervan.’

Eerlijker over medicatie

Er is te weinig oog voor de effecten van het grootschalige medicijngebruik, vindt Batstra. ‘Er zijn zeker gevallen waarin medicijnen een oplossing bieden. Maar medicatie zou een laatste middel moeten zijn, en geen wonderoplossing zoals nu het geval is. We moeten eerlijker zijn over wat ADHD-medicatie wel en niet kan’, stelt Batstra. ‘Medicatie onderdrukt slechts gedragsverschijnselen en werkt maar voor een periode van twee tot drie jaar. Medicijngebruik zorgt er uiteindelijk ook niet voor dat schoolprestaties en het sociale gedrag verbeteren.’

Medicatie moet echt een noodoplossing zijn, zegt Batstra.
Wikimedia Commons

Met medicijnen, waarvan de langetermijneffecten overigens nog lang niet duidelijk zijn, wordt gesleuteld aan het kind. Batstra: ‘Daarmee krijgt het kind de boodschap dat het allemaal aan hem ligt. Bovendien zijn er serieuze bijwerkingen zoals buikpijn, hoofdpijn, misselijkheid en slapeloosheid. Dat wordt gebagatelliseerd door te zeggen dat de bijwerkingen na enkele weken over zijn, maar ook dat krijgen de kinderen op hun bord.’

Therapie

Batstra heeft een behandelmodel ontwikkeld dat begint met normaliseren en erkenning geven: sommige kinderen vragen veel van hun opvoeders. Dat is zwaar, maar geen teken van een psychiatrische ziekte. Batstra bepleit een nuchtere kijk op opvoeden: ‘We moeten af van het idee dat opvoeden alleen maar leuk is.’ Wanneer ouders zich gehoord voelen en accepteren dat opvoedstress onvermijdelijk is, biedt dat in een aantal gevallen al een oplossing.

Vervolgens kunnen opvoedboeken, voorlichtingsmateriaal en regelmatige consulten helpen. ‘Met ouder- en leerkrachttraining zijn de meeste hyperactieve kinderen en hun ouders voldoende geholpen. De groep voor wie dat niet geldt, kan alsnog doorverwezen worden naar de psychiatrie.’

Meer over ADHD op Wetenschap24:

Dit artikel is een publicatie van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 mei 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.