Je leest:

Abelprijs 2010 voor Amerikaanse getaltheoreticus

Abelprijs 2010 voor Amerikaanse getaltheoreticus

Auteur: | 24 maart 2010

De Amerikaan John Torrence Tate is de winnaar van de Abelprijs 2010. Dit maakte de Noorse Academie van Wetenschappen bekend op 24 maart.

De wiskundige John Torrence Tate heeft dit jaar de Abelprijs, de wiskundige tegenhanger van de Nobelprijs, gewonnen. De jury van de Abelprijs roemt Tate vanwege de blijvende impact die zijn werk op de getaltheorie heeft. Veel resultaten van de afgelopen decennia waren niet mogelijk geweest zonder de door Tate ontwikkelde theorie. Het zogeheten Tate-moduul (of: l-adisch Tate-moduul_) is de sleutel tot het begrijpen van arithmetiek. Het werk van Andrew WilesWiles – in de jaren 1990 bewees hij de beroemde Laatste Stelling van Fermat – is ondenkbaar zonder dit hulpmiddel.

John Torrence Tate werd geboren op 13 maart 1925. Hij promoveerde in 1950 aan de universtiteit van Princeton. Van 1954 tot 1990 was hij verbonden aan Harvard University. Sinds 2004 is hij actief aan de universiteit van Texas in Austin. Foto: Charlie Fondville / Abel Prize / Norwegian Academy of Science and Letters

Begrippen als Tate-dualiteitsstelling, Tate’s algoritme, Tate-moduul, Tate-kromme, Tate-cykel, Serre-Tate-coördinaten, Hodge-Tate-decompositie, Lubin-Tate-groep en Néron-Tate-hoogte – om er slechts een paar te noemen – geven aan hoe invloedrijk Tate’s werk is. Aan de waslijst van begrippen waaraan Tate’s naam is verbonden, zou je de Tate-index kunnen toevoegen, zegt wiskundige Marcus du Sautoy: de Tate-index is de tijd die verstrijkt tijdens een voordracht over getaltheorie, totdat de naam Tate valt. Over het algemeen is de Tate-index een erg klein getal, en dat zegt natuurlijk veel over Tate’s invloed.

Zelfs Tate’s proefschrift uit 1950 – officiële titel: ‘Fourier analysis in number fields and Hecke’s zeta-functions’ – was zo invloedrijk, dat de daarin verkregen resultaten de bijnaam Tate’s Thesis hebben gekregen. In zijn proefschrift geeft Tate een geheel nieuwe kijk op de Riemann-zeta-functie. De Riemannhypothese is nog steeds onopgelost – het staat op nummer 1 van de belangrijkste open vraagstukken in de wiskunde – maar dankzij Tate hebben wiskundigen veel meer grip op deze materie kunnen krijgen. Het proefschrift van Tate werd pas in 1967 uitgegeven in Algebraic Number Theory door J. Cassels en A. Fröhlich.

Niet alleen zijn proefschrift bleef lang ongepubliceerd. Veel van Tate’s werk was lang onder specialisten bekend, maar werd niet gepubliceerd. Veel wiskundig onderzoek deed hij samen met Jean-Pierre Serre, winnaar van de eerste Abelprijs in 2003. Tate en Serre waren tegenpolen in hun manier van schrijven, maar companen in het begrijpen van structuren. Samen ontwierpen zij een theorie (de Serre-Tate canonieke lift en Serre-Tate-coördinaten), elegant, heel natuurlijk, en nu van groot belang op het grensvlak tussen meetkunde en getaltheorie.

De weg naar het Koninklijk Paleis in Oslo, waar op 24 mei de Abelprijs zal worden uitgereikt aan John Tate

De Nederlandse wiskundige Frans Oort kent Tate goed; hij heeft met hem samengewerkt. ‘Tate heeft veel diepe structuren ontworpen en gevonden,’ aldus Oort. In 1966-1967 was Oort gasthoogleraar in Harvard. Hij herinnert zich een college van Tate over een prachtige classificatie. ‘We wisten dat publicatie daarvan lang op zich zou kunnen laten wachten. Eén ontbrekend detail kon ik aanvullen. Het artikel wordt nu nog heel veel geciteerd en gebruikt. Het was niet verschenen, zonder dat Tate het idee had en ik het opgeschreven heb. Hij stond erop dat mijn naam ook boven het artikel kwam te staan,’ vertelt Oort.

Tate’s voordrachten waren niet altijd even helder, maar een feest om mee te maken. Oort vertelt hoe het vaak ging: ‘Vaak ging het over nieuw werk. Dan kon hij voor het bord lopen, en midden in een bewijs roepen: “wat wil ik eigenlijk zeggen?” Het publiek raakte in verwarring, maar aan het eind van het uur was er een schitterend nieuw resultaat. Hij had een scherpe intuïtie, het was fascinerend om hem zo te zien denken en ontwerpen.’

In de zomer van 1967 gaf David Mumford een serie voordrachten op een zomerschool. Tate en Oort zaten in de zaal. Oort: ‘In de eerste voordracht vertelde Mumford wat de voorkennis was die hij bekend veronderstelde, een lange lijst. We werden er stil van. Tot er plotseling iemand opstond, zijn stoeltje luidruchtig omhoog klappend, en met ferme tred naar de deur liep. Het was Tate, die aangaf dat niet allemaal te weten. Anderen dachten er waarschijnlijk net zo over, maar durfden het niet te zeggen. Mumford zei dat hij die dingen dan maar ging uitleggen, en Tate ging weer zitten. Hilarisch!’

John Tate ontvangt naast een bedrag van zes miljoen Noorse kronen dit kunstwerk

Al in 1956 won Tate de Cole Prize van de American Mathematical Society. In 1995 won hij de Leroy P. Steele Prize. In 2002-2003 deelde hij de Wolfprijs met Mikio Sato. Daar komt nu dus de belangrijkste prijs in de wiskunde bij. De uitreiking is op 25 mei. Tate zal dan uit handen van koning Harald van Noorwegen een kunstwerk en een cheque ter waarde van 6 miljoen Noorse kronen (ongeveer 730.000 euro) in ontvangst nemen.

Zie ook:

Eerdere Abelprijswinnaars:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 maart 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.