Je leest:

Aardbeving in Christchurch

Aardbeving in Christchurch

Auteur: | 23 februari 2011

De aardbeving van 22 februari in Christchurch, Nieuw Zeeland, met een magnitude van 6.3, heeft aan meer dan 70 mensen het leven gekost. In september 2010 werd hetzelfde stadje getroffen door een beving van 7.1 – dat is ruim zes keer heviger – en viel er geen enkele dode. Hoe kan dat?

Locatie en diepte

Het verschil in schade en slachtoffers is vooral te verklaren uit de locatie van de aardbeving. De beving van 22 februari vond plaats op 10 kilometer van het centrum van Christchurch, die van 4 september 2010 op 30 kilometer afstand. Maar belangrijker nog is het verschil in diepte. De beving van vorig jaar vond plaats op een diepte van 10 kilometer, die van dit jaar op een diepte van 5 kilometer. “En dan krijg je te maken met oppervlaktegolven, die veel meer schade veroorzaken”, vertelt Hanneke Paulssen, als seismologe verbonden aan de Universiteit van Utrecht.

Bij aardbevingen ontstaan seismische golven in de aarde, waarlangs de energie zich voortplant. Je hebt oppervlaktegolven en ruimtegolven. Oppervlaktegolven verspreiden zich in twee dimensies – denk aan een steentje dat je in het water gooit

Roger McLassus (improved by DemonDeLuxe), via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

en waar omheen zich een steeds grotere cirkel vormt – ruimtegolven verspreiden zich in drie dimensies door de aarde heen. Omdat de oppervlaktegolven dus maar in twee dimensies energie verliezen dempen ze minder snel uit en veroorzaken de meeste schade. Ondiepe aarbevingen genereren ook nog eens sterkere oppervlaktegolven dan diepere aardbevingen. Het aardoppervlak wordt in dit geval dus veel sterker op en neer bewogen tijdens een beving.

Onverwacht

Als men de beving had zien aankomen had dat veel slachtoffers kunnen schelen. Maar hoewel in de regio in en om Christchurch sinds de beving van september zeer regelmatig naschokken voorkwamen werd de kans op een naschok met een magnitude groter dan 6.0 tot twee dagen geleden ingeschat als “zeer gering”.

Het voorspellen van aardbevingen is dan ook eigenlijk helemaal niet mogelijk. Weliswaar is de beweging van aardschollen tegenwoordig goed vast te stellen uit satellietwaarnemingen, zijn de lokaties van breukzones en plaatgrenzen redelijk bekend, en worden computermodellen van bewegingen in de aardkorst steeds geavanceerder, toch kan je slechts voorspellingen doen over waar het oplopen van spanningen in de aardkorst te verwachten is; Het moment waarop een aardbeving plaatsvindt kan nog steeds niet bepaald worden.

Bealey Avenue in het centrum van Christchurch, 22 februari 2011
Schwede 66, via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Achteraf

De belangrijkste aanwijzing voor de komst van een grote aardbeving zijn misschien nog wel de kleinere trillingen die eraan vooraf kunnen gaan – soms rommelt het al een beetje van te voren. Ook dan is het echter vaak niet duidelijk of er een grote beving aan zit te komen. Kevin Furlong van de Pennsylvania State University in de VS, die momenteel onderzoek doet aan de septemberbeving van 2010: “Het aantal naschokken van deze beving was aan het afnemen, maar ze verplaatsten zich ook steeds meer naar het oosten, richting Christchurch. Achteraf kunnen we vaststellen dat deze naschokken ook beschouwd konden worden als voorschokken van de aardbeving van deze week.”

In l´Aquila, Italië, zijn vorig jaar zes seismologen aangeklaagd wegens dood door schuld, omdat ze verzuimd hadden een aardbeving te voorspellen. Zij meenden dat kleine aardschokjes die hier plaatsvonden juist op een geleidelijke afvoer van de opgebouwde spanning langs de breuk wezen. Nog geen week later schudde de aarde in l´Aquila met een kracht van 6.3 en vonden ruim 300 mensen de dood.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 februari 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.