Je leest:

Aankomende docenten weten weinig van Europa

Aankomende docenten weten weinig van Europa

Auteur: | 13 maart 2007

Op 1 juni 2005 stemden zes op de tien Nederlandse kiezers tegen bij het referendum over de Europese grondwet. Twee van die zes ‘nee’-stemmers noemden gebrek aan kennis het belangrijkste motief voor het afwijzen van het Verdrag. Dat gebrek aan kennis kan wel eens te maken hebben met het onderwijs over de Europese Unie. Uit onderzoek van Jan Vis van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat tweederde van de aankomende docenten van zichzelf zegt dat ze niet of nauwelijks geïnformeerd zijn over de Europese Unie. Ook hun feitelijke kennis van Europa is onder de maat. Hoe staat het met jouw kennis van de Europa? Test het zelf!

Aankomende docenten – in dit geval universitair geschoolden die de lerarenopleiding volgen om docent te worden op havo en vwo – vinden van zichzelf dat zij niet op de hoogte zijn van Europa. Vraag je naar hun kennis van de Europese Unie dan antwoordt bijna een kwart ‘tamelijk wat’, zo’n zes op de tien geeft het antwoord ‘een beetje’, één op de tien bekent ‘(bijna) niets’ te weten en één op de tien geeft aan ‘behoorlijk veel’ kennis te hebben. Let wel: niet meer dan eenderde heeft het idee het nodige van Europa af te weten. Dit resultaat kwam naar voren uit een peiling op 6 juni 2005 – nog geen week na het referendum en alle publiciteit daarover.

Dat de aankomende docenten niet zo’n hoge dunk van hun eigen kennis hebben, hoeft niet te betekenen dat zij ook daadwerkelijk weinig weten. Het onderzoek van Jan Vis laat echter zien dat de docenten zichzelf helaas goed ingeschat hebben.

Campagneposter voor het referendum over de Europese Grondwet

Onder de maat

De docenten beantwoordden dertien kennisvragen en gaven van tien stellingen aan of ze juist of onjuist zijn. Voor het beantwoorden van de dertien kennisvragen scoorden de aankomende docenten een duidelijke onvoldoende: 3.5 gemiddeld. De kennisvragen waren voornamelijk open vragen en daardoor wat moeilijker dan het gedeelte met de stellingen. Bij de stellingen hoefden de aankomende docenten alleen te kiezen tussen ‘juist’ en ‘onjuist’. Ze hadden dus een kans van vijftig procent op een goed antwoord. Ondanks dat werd ook voor de tien stellingen een onvoldoende behaald (5,2).

Om wat voor vragen ging het nu? De onderzoeker stelde vragen als ‘Hoeveel mensen wonen er nu in totaal in de Europese Unie?’ , ‘Wat is de grootte van het huidige EU-budget (2004)?’ , ‘In welke stad vergadert het voltallige Europees Parlement?’ , ‘Van welke partij is Europarlementariër Kathalijne Buitenweg?’ , en ‘Wie is op het ogenblik de voorzitter van de Europese Commissie?’ . Voorbeelden van de stellingen zijn: ‘De leden van het Europees Parlement worden rechtstreeks gekozen door de burgers van de Europese Unie’ , ‘De Europese Unie heeft haar eigen volkslied’ (juist – gedeelte uit de negende symfonie van Ludwig van Beethoven – ’Alle Menschen werden Brüder), ‘Op de Europese vlag is er een ster voor elke lidstaat’ ,, en ‘De Europese Gemeenschap is gesticht vrij kort na de Eerste Wereldoorlog’ .

De ernst van de resultaten wordt nog eens benadrukt door het feit dat de deelnemende leraren-in-opleiding geen starters waren, maar allemaal aan het einde van hun universitaire docentenopleiding waren toen ze de vragen invulden. Aan het onderzoek hebben zestig in opleiding zijnde docenten van zes verschillende universitaire lerarenopleidingen meegedaan (verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit Leiden, Radboud Universiteit Nijmegen, Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit Utrecht). Ze kregen op de jaarlijkse conferentie ‘Docent in Europa’ van juni 2005 de vragen en de stellingen voorgelegd. Die conferentie is een van de laatste onderdelen van de universitaire lerarenopleiding. Vanaf september erna hoopten ze allemaal voor de klas te staan.

De Onderwijsraad bepleit dat docenten Europees burgerschap bij scholieren bevorderen. Het is de vraag of universitair gevormde docenten die aan het begin van hun schoolcarrière staan wel over de nodige kennis van Europa beschikken om dit Europees burgerschap via het onderwijs te bevorderen.

Dr. Jan Vis is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en als didacticus maatschappijleer bij het Universitair OnderwijsCentrum Groningen. (UOCG) van deze universiteit.

Test zelf je kennis van de Europese Unie

De juiste antwoorden bij de test

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.