Je leest:

4000 jaar veranderend Egyptisch

4000 jaar veranderend Egyptisch

Talen veranderen, maar de regels voor de zinsbouw zijn uiterst robuust, menen taalkundigen. Chris H. Reintges waagt op grond van 4000 jaar Egyptisch de hypothese dat ook de zinsbouw kan verschuiven.

Eenrichtingsverkeer

Egyptisch is een dode taal, die 4000 jaar ononderbroken heeft bestaan totdat het Arabisch de laatste fase ervan, het Koptisch, verdrong. Voer voor historisch taalkundigen dus. ‘Er wordt dan ook heel goed onderzoek naar taalverandering gedaan, ook in Nederland’, zegt Chris Reintges, geboren in Duitsland, maar gepromoveerd in Leiden. ‘Maar ik miste de link met de theorie. Als er in de theoretische taalkunde iets nieuws wordt bedacht – Chomsky schrijft bijvoorbeeld een nieuwe paper – dan wordt het nieuwe inzicht vaak wel zo’n beetje toegepast op het historische materiaal. Maar het is altijd eenrichtingsverkeer. Voor mij is de vraag: wat kan de historische taalkunde bíjdragen aan de theorievorming?’

Taalverandering

Reintges is geïnteresseerd in taalverandering: ‘Ik heb intensief gewerkt aan het Oud-Egyptisch en het Koptisch. Daar zit 3000 jaar tussen. Je ziet dan onmiddellijk: hé, dat is toch wel een heel ander soort Egyptisch. Maar ik heb tot nu toe nooit de gelegenheid gehad te kijken wat er nou precies is gebeurd.’

Chris Reintges: ‘Syntaxis verandert wél. Soms met dramatische gevolgen.’

Paradijs

Zijn specialisme is de syntaxis: de wijze waarop woorden zich tot zinnen voegen. En zijn meest provocerende hypothese is: syntaxis is flexibel. Die hypothese ligt veel generatieve taalkundigen, die de syntaxis beschouwen als de harde robuuste kern van de grammatica, zwaar op de maag. Reintges: ‘De beroemde taalkundige Noam Chomsky schrijft: “Syntaxis is een optimaal systeem om vorm en inhoud te combineren”. In hun boek Syntactic Change beschouwen daarom Ian Roberts en Anna Roussou syntactische veranderingen als een probleem voor de theorie: waarom zou een optimaal systeem veranderingen ondergaan? Je zit toch al in het paradijs? Alleen invloeden van buitenaf kunnen het systeem ondermijnen.’

Variatie

‘Maar de realiteit is, zegt Reintges: syntaxis verandert wél, ook spontaan, en soms met dramatische gevolgen.’ Die verandering komt zijns inziens voort uit de natuurlijke variatie in zinsstructuren, waarmee betekenis- en accentverschillen kunnen worden uitgedrukt. Het onderwerp krijgt bijvoorbeeld extra nadruk, en krijgt dan een andere positie in de zin. Maar: die betekenisverschillen kunnen in de loop van de tijd vervagen. Op een gegeven moment wordt één van die variaties dan de neutrale vorm, en wordt de oude verdrongen.

Piramideteksten

Reintges: ‘Aan de allervroegste fase van het Egyptisch, kun je nog weinig syntactisch onderzoek doen. Dat zijn namen op kleitabletten of zegels. Maar in de eerste echte téksten, de piramideteksten van ongeveer 2400 voor Christus, zie je al een taal die aan het veranderen is. We denken dat die piramideteksten teruggaan op mondeling overgeleverd materiaal uit rituelen. Op een gegeven moment zijn de orale teksten ook opgeschreven, om de Farao in het hiernamaals te beschermen. In die opgeschreven teksten zie je al verschillende vormen van voornaamwoorden naast elkaar, of werkwoordspatronen die wel gebruikt worden, maar eigenlijk al archaïsch zijn.’

pyramidetekst

Suspect

In het tweede grote religieuze corpus, de sarcofaagteksten van rond 2000 kom je weer veel nieuwe elementen tegen, waaruit je kunt concluderen dat er dialectvariatie moet zijn geweest, vervolgt Reintges zijn taalgeschiedenis. Vervolgens krijg je de klassieke literatuur: ’Dat is de stof waar studenten Egyptologie op moeten zwoegen. Die is vanuit het oogpunt van taalvariëteit tegenwoordig een beetje suspect. De taal ervan, het Middel-Egyptisch, is ontstaan met het opkomen van een hofliteratuur, een soort Mandarijn Chinees. Daarom is hij waarschijnlijk juist gefilterd van dialectinvloeden en archaïsmen.

teksten in sarcofaag

Shakespeariaans

‘Maar wat interessant is’, vervolgt hij: ‘Die taal werd rond 1000, in de tijd van het Nieuwe Egyptisch, en ook in het latere Egyptisch nog steeds geleerd. Historische en religieuze inscripties schreef men nog steeds in deze klassieke taal. In die latere taalfases zie je dan ook een heel interessante situatie van diglossie: de klassieke literatuur bestaat naast een nieuwe literatuur die dichter bij de spreektaal staat, een soort Shakespeariaans. Ook de Ptolemeeën schreven, na de Griekse verovering in 332, nog netjes teksten in Middel-Egyptisch op de tempels. Daarnaast kreeg je het notoir lastige Demotische schrift.’

Geen Egyptisch

Een van de interessantste fases van het Egyptisch vindt Reintges de laatste: het Koptisch, dat opkwam met de kerstening van Egypte: ‘Van het Koptisch heb ik beweerd dat het in principe geen Egyptisch meer is. Dat is een tweede gewaagde hypothese die ik hoop aan te kunnen tonen. De syntaxis is eigenlijk Grieks. Maar toch: alles wat in het Grieks mogelijk is, kan niet zomaar in het Koptisch. Waarom is dat zo, wil ik weten. Mijn AIO wordt ook geen Egyptoloog, maar gaat juist het Grieks bestuderen.’

Jongleren

Reintges: ‘Het is niet zo dat er hele constructies zijn ontleend aan het Grieks. Wel zie je een flexibiliteit in de woordvolgorde, om dingen uit te drukken als topic en focus, oud en nieuw, belangrijk en minder belangrijk. Volgens mij was het Koptisch een mengtaal van Grieks en Egyptisch, die in de steden werd gesproken door een midden- tot hogere klasse waarin bijvoorbeeld gemengde huwelijken voorkwamen. Deze groep sprak beide talen vloeiend. Je ziet hier een taalgemeenschap die met twee talen aan het jongleren is.’

Life style

De eerste tekst in het Koptisch is de bijbelvertaling. Reintges: ‘Ik denk dat die niet gemaakt is voor mensen die slecht Grieks kenden, maar dat het een propagandatekst was in een modieus jargon dat een goed onderwezen doelgroep moest aanspreken. Zoals er nu in iedere zichzelf respecterende tv-reclame Engelse woorden zitten. Het christendom is in dat scenario een nieuwe religie voor de ’upcoming’ mensen, op zoek naar een nieuwe ‘life style’. Er zit gewoon veel te veel Grieks in die bijbelvertaling om geschikt te zijn voor de ongeletterde boeren.’

Taalpolitiek

Is deze gedachte helemaal nieuw? Reintges: ‘Natuurlijk is er wel over de invloed van het Grieks op het Koptisch nagedacht, maar toch nog niet zo intensief over die syntactische ontlening, en de hele taalpolitiek. Er zijn niet alleen maar woordjes ontleend, er is veel meer aan de hand. Het Koptisch zit toch nog een beetje te veel in de wurggreep van de theologen.’

Catastrofentheorie

Syntaxis is flexibel, zo blijkt uit 4000 jaar Egyptisch. Maar het is nu ook weer niet zo dat anything goes, meent Reintges. ‘Hoewel dat ook wel is beweerd. Zo heeft de taalkundige David Lightfoot een “catastrofentheorie” gelanceerd. Volgens hem kan een syntactisch systeem in korte tijd massaal omgegooid worden, zonder noemenswaardig taalcontact. In werkelijkheid gaat het veel geleidelijker.’

Progressief

Is het spitsroeden lopen als Chomskyaan tussen de Egyptologen? Gek genoeg valt dat wel mee, aldus Reintges. ’Voor het Engels schijnt het een groot gevecht te zijn de historische en de theoretische taalkunde te integreren. Maar de weinige Egyptologen die zich met taalverandering bezighouden zijn over het algemeen al wat opener voor nieuwe theorieën. Dat neemt niet weg dat de meeste Egyptologen taaltheoretische vragen niet bijster interessant vinden. Die gaan voor de mooie kunst, of de lastig te interpreteren papyrustekst.

Strak

Reintges: ‘Het grappige is: “traditionele” Egyptologen zien die taalvariatie natuurlijk ook wel, maar brengen de verschillende vormen taalkundig niet met elkaar in verband. De generatieve taalkunde doet dat wel, maar vaak weer te strak. Het risico bestaat dan dat variaties die niet meer binnen het systeem passen te weinig aandacht krijgen, zodat juist taalverandering over het hoofd wordt gezien. Ik wil dat idee van het “optimale systeem” verzoenen met het idee dat taal kan veranderen.’

Foutje

Een orthodoxe Chomskyaan is pragmaticus Reintges overigens niet. Hij opteert voor de minimalistische variant van de generatieve taaltheorie: ‘Dat is een radicaal gesimplificeerde vorm, maar daarom heb ik hem niet gekozen. Wel omdat het een model is dat je dwingt om interessante vragen te stellen: Waarom worden vraagwoorden überhaupt verplaatst? Valt dat nog onder het optimale, of is het een foutje in het design? En hoe is het mogelijk dat zoiets uit zichzelf kan veranderen? Ik ga uit van wat ik tegenkom in een echte taal, en kijk dan wat me kan helpen dat te begrijpen. Het liefst zou ik het project nog breder trekken. Het incorporeren in de theorievorming over tweetaligheid, en over Creooltalen.’

Universiteit Leiden

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 oktober 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.