03 februari 2015

Keuzes maken de man

‘Nu eerst even een tussenjaar, dan heb ik alle tijd om over een studie na te denken.’ Althans, zo dacht ik.

Intensief chillen In 2007, het jaar dat ik eindexamen deed, besloot ik daarom de moeilijke keuze tussen studies voor me uit te schuiven met een jaar van intensief chillen op de bank, snowboarden, leren koken in Italië en nog wat ‘unieke ervaringen’, zoals zulke gap years vaak omschreven worden. Dat dat niet zo werkt, ontdekte ik een jaar later toen de keuze nog net zo moeilijk bleek.

‘Echt waar mam, ik ga heel hard nadenken over mijn studie!’
Hugo Doeleman

Natuurkunde of geneeskunde Een groot aantal studies kon ik meteen afschrijven, maar tenslotte bleef ik zitten met twee studies waartussen ik maar niet kon kiezen: geneeskunde en natuurkunde. Er was niets dat ik kon bedenken dat de ene beter maakte dan de ander. Dokter zijn leek me gaaf, want je doet belangrijk werk en elke dag is anders. Maar natuurkunde was wat breder en liet daarom veel meer opties open. Bovendien was ik razend benieuwd of ik zo’n lastige studie aan zou kunnen. Kortom, ik wist het niet.

Waarom was dit toch zo’n moeilijke keuze? Waarom was er niet gewoon een goed argument dat me zou vertellen wat ik het best kon doen? Hoe moest ik die keuze maken? Ik kon toch niet zomaar iets kiezen, het ging om een heel groot deel van de rest van mijn leven tenslotte.

Ruth Chang Dit was niet de laatste keer dat ik met een moeilijke keuze werd geconfronteerd. Tijdens een recenter dilemma zocht ik antwoorden – of misschien wel vooral afleiding – op ted.com. Daar vond ik een geweldig praatje van de Amerikaanse filosofe Ruth Chang dat precies over dit probleem gaat: Wat maakt moeilijke keuzes zo moeilijk en hoe moet je er mee omgaan?

Niet beter, niet slechter maar ook niet gelijk Volgens Chang is het verschil tussen een makkelijke en een moeilijke keuze niet dat je de laatste met onvolledige informatie neemt, of dat de gevolgen zwaarder wegen. Het verschil zit hem er in dat de opties niet beter of slechter dan elkaar zijn. Toch zijn ze ook niet gelijk: dokter en natuurkundige worden, zijn twee totaal andere dingen. Dat maakt deze keus fundamenteel anders dan rationele keuzes waarbij opties altijd ofwel beter, slechter of gelijk aan elkaar zijn (zoals reële getallen in de wiskunde). Daarom moeten we een vierde relatie verzinnen die de verhouding bij moeilijke keuzes correct beschrijft: de opties zijn ‘op gelijke voet’. Opties op gelijke voet zijn even goed, maar kunnen toch totaal verschillend zijn.

Anders dan bij wiskunde zijn de opties bij een moeilijke keuze niet beter, slechter of gelijk aan elkaar.
Hugo Doeleman

Harde wetenschap Ik ben een man van de harde wetenschap die dingen graag uitdrukt in getallen. Dus klonk me dit aanvankelijk nog als een zwakke poging in de oren. Alles is kwantificeerbaar als je maar hard genoeg je best doet, dacht ik. Bovendien, hoe helpt me dit om die moeilijke keuzes te maken?

Ik ben dus ik kies Toch zit er meer in dan ik wilde toegeven. Chang vertelt ons namelijk wel degelijk hoe dit helpt met keuzes maken. Je weet nu namelijk dat moeilijke keuzes per definitie niet volledig rationeel te beredeneren zijn. Daarom moet je het wel persoonlijk maken. Je zult moeten zeggen: Dit ben ik, dus dit is wat ik kies. Niet omdat het de enige logische keuze is, maar omdat het past bij wie ik ben of wie ik wil worden. Dat betekent dat je stelling moet nemen, kant moet kiezen en je voor die kant sterk moet maken. Zoals men dat in het Engels mooi zegt: Put your agency behind it.

FOMO: Fear of missing out Maar dit is toch niet bepaald een waterdicht recept voor het vinden van de goede keuze? Agency of geen agency, hoe weet ik nu of later geen spijt van die keuze zal hebben?

In de moderne wereld, waar er een oneindig aantal mogelijkheden is om je carrière, liefdesleven, tv-kanaal of identiteit te kiezen, is keuzes maken en daarmee tevreden zijn steeds lastiger. Barry Schwartz legt heel goed uit hoe deze overdaad aan keuze meestal niet leidt tot een gelukkiger leven. Sterker nog, mensen zijn vaak minder gelukkig met hun keuzes door de gedachte aan de mogelijkheden die ze laten schieten. Of men wordt, omdat de verwachtingen door de overdaad van keuzes zo hoog liggen, onvermijdelijk teleurgesteld.

De wereld moet kloppen Je zou bijna denken dat we gedoemd zijn tot eeuwige ontevredenheid over onze keuzes. Gelukkig beschikken wij van nature over een uitstekend psychologisch mechanisme om die tevredenheid te bewerkstelligen: cognitieve dissonantie. Wanneer er discrepantie is tussen het beeld van de wereld in ons hoofd en datgeen we om ons heen zien, of tussen onze moraal en onze eigen handelingen, ervaren we dat als onprettig. Daarom proberen we op allerlei manieren dat conflict op te lossen. Zo is gebleken dat scholieren milder denken over spieken nadat ze zelf een keer verleid zijn om dat tijdens een test te doen. Ook werden mensen die een weddenschap afsloten veel zekerder van hun keuze (welk paard zou winnen) nadat de keuze was gemaakt, omdat ze dit toch niet meer konden veranderen. Verder zijn we erg goed in het negeren of vermijden van informatie die niet strookt met ons wereldbeeld, of die onze gemaakte keuzes tegenspreekt.

Keuzes maken de man Chang zegt het eigenlijk nog mooier: Moeilijke keuzes stellen je in staat je persoonlijkheid te definiëren. Omdat je deze keuzes op basis van persoonlijke argumenten moet nemen, en je dus je eigen identiteit achter die keuze moet zetten, vormen de moeilijke keuzes die je maakt je persoonlijkheid. De onderzoeken naar cognitieve dissonantie bevestigen dat: mensen passen hun wereldbeeld aan om hun keuzes te bevestigen.

Cognitieve dissonantie kan ook leiden tot het negeren van informatie.

Dus maak je geen zorgen over of jouw keuze nu wel de allerbeste keuze is. Als het echt een moeilijke beslissing is, zijn de opties op gelijke voet en is er dus geen verkeerde keuze. Welke optie je ook kiest, later zal je er op terugkijken met tevredenheid, daar zorgt je brein wel voor.

Volste besef Ik zou graag zeggen dat het bij mij ook zo is gegaan. Dat ik mijn studiekeuze heb gemaakt in het volste besef van wie ik wilde worden en hoe deze keuze me daarbij zou helpen. Dat ik achteraf nooit heb teruggeblikt en spijt heb gehad van een keuze. Maar zo is het natuurlijk niet helemaal gegaan.

Het juiste pad Wikkend en wegend tussen natuurkunde en geneeskunde probeerde ik zoveel mogelijk informatie te verzamelen, hopend te zullen stuiten op een argument dat mij ondubbelzinnig het juiste pad zou wijzen. Ik liep een dag mee met een bevriende dokter in het ziekenhuis, en ik sprak met mijn oom, die natuurkundige was, over zijn vak. Na lang piekeren heb ik mijn keuze grotendeels laten bepalen door een objectief argument: als ik voor natuurkunde koos, hoefde ik in ieder geval nog niet te kiezen wat ik later zou worden. Je kon er immers alle kanten mee op. Niet bepaald de agency waar Chang het over had dus.

Soul searching Heb ik dan helemaal geen ‘soul searching’ gedaan? Toch wel. Ik besefte me ook dat, hoewel het me geweldig interessant leek om te weten hoe een lichaam werkt, ik niet zorgzaam genoeg was om mijn hele leven voor andere mensen te zorgen. Liever besteedde ik mijn aandacht aan het onderzoeken of bouwen van dingen waar meer dan één persoon wat aan had. Zo heb ik toch nog stelling genomen.

Verstoord wereldbeeld Heb ik er dan wel eens spijt van gehad? Eigenlijk niet. Wat dat betreft heeft de cognitieve dissonantie zijn werk goed gedaan. Natuurlijk heb ik af en toe nog wel getwijfeld, en zelfs een minor middeleeuwse geschiedenis gedaan om eens wat anders te proberen. Maar ik ben natuurkunde altijd ontzettend leuk blijven vinden. Het soort voldoening dat ik uit het oplossen van een moeilijk wiskundig probleem kan halen heb ik nooit ergens anders ervaren. Misschien heb ik inderdaad een ernstig verstoord wereldbeeld, maar ik apetrots om natuurkundige te zijn!

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.