19 maart 2020

Gekweekte gifklieren van slangen

Wie gebeten wordt door een giftige slang moet snel een shotje antigif regelen van eenzelfde soort slang. Hopelijk kan dat in de toekomst makkelijker. Drie jonge wetenschappers hebben namelijk slangenorganoïden uitgevonden. Met deze gifklieren uit een petrischaaltje bootsen ze slangengif na in het lab, waardoor ze hopen binnenkort anti-gif na te maken!

Stel, je bent Freek Vonk. Tijdens een reis in Australië zie je vanuit je auto een slang midden op de weg liggen. Je besluit de slang te helpen oversteken, want je ben Freek Vonk. De slang is hier echter niet van gediend en bijt in je hand. Waargebeurd verhaal!1 Gelukkig voor Freek liep het goed af. De slang, een tapijtpython, was niet giftig en op een paar goede littekens zal Freek niet veel overhouden aan het incident. Maar wat als de slang wel giftig was? Dan had Freek als de wiedeweerga een shotje antigif moeten regelen. En wat als het iemand was geweest met veel minder kennis van slangen? Stel dat de slang was weggesneakt, hoe weet deze persoon dan welk tegengif je moet hebben?

Recent is het wetenschappers Joep, Jens en Yorick van het Hubrecht Institute in Utrecht gelukt om minigifklieren van slangen te kweken. Hun onderzoek werd recent gepubliceerd in wetenschappelijk tijdschrift Cell.

Door samen te werken met onder andere Freek Vonk, laten Joep, Jens en Yorick zien dat zij uit stamcellen van slangen organoïden kunnen kweken. Organoïden zijn een soort mini-organen die in dit geval veel lijken op de gifklieren van slangen. Het bijzondere aan deze ontdekking is dat deze slangenorganoïden de giftige stoffen die vrijkomen bij een slangenbeet produceren. Hierdoor is het mogelijk om slangengif na te maken en daardoor in te toekomst anti-giffen te kweken.

Gif uit het lab

Tot nu toe kon een anti-gif tegen een slangenbeet alleen ontwikkeld worden door gif van de slang te melken. Deze tactiek is vrij invasief voor de slang: Je moet eerst de juiste slang vangen. De slang bijt dan in een potje en spuit zijn gif erin. Daarnaast zijn veel slangen heel erg zeldzaam. Wanneer je organoïden van slangen kweekt, kan je deze op grote schaal produceren, invriezen en voor vele jaren gebruiken. Door de ontdekking van de Utrechtse wetenschappers is het misschien mogelijk om deze manier van werken te vervangen. Op dit moment lijkt het dat de organoïden minder gif produceren dan de slangen zelf, maar volgens Joep, Jens en Yorick kunnen de slangenorganoïden in een week vervijfvoudigen.

Voor deze ontdekking werkten de wetenschappers nauw samen met Freek Vonk, sinds kort hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.3 Door het netwerk van Freek Vonk was het mogelijk aan de stamcellen van negen verschillende slangen te komen. In eerste instantie waren de wetenschappers vooral uit interesse benieuwd of het mogelijk was om de slangenorganoïden te kunnen kweken. Inmiddels zien zij mooie mogelijkheden en werken ze samen om van 100 verschillende slangen de gifklieren te kweken en mogelijk ook medicijnen uit het slangengif te halen. In de medische wereld kunnen stoffen uit het gif van sommige slangen gebruikt worden als pijnbestrijding of voor andere medicijnen.

Deze nieuwe technologie maakt het in de toekomst hopelijk mogelijk de gevolgen van slangenbeten te verminderen, slangengif beter te begrijpen en zorgt er misschien wel voor dat we straks met een gerust hart allemaal een slang helpen met oversteken.

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.