19 november 2020

Design en psychologie: twee verschillende werelden

Tijdens een online design congres in virtueel Australië heb ik van alles geleerd over de wereld van design en psychologie. Wat zijn precies de verschillen en overeenkomsten?

Het online congres in Australië was voor mij niet alleen een virtuele onderdompeling in de andere kant van de wereld, maar ook in het designonderzoek. Dat is een hele andere wereld dan die van de psychologie (mijn studieachtergrond). In mijn eigen onderzoek zijn beiden belangrijk. Ik ontwerp een zelfcompassie-app voor mensen met kanker. De inhoud, vorm en kenmerken van de app worden aan de ene kant bepaald op basis van bestaande kennis over zelfcompassie. En aan de andere kant op basis van wat verpleegkundigen, patiënten en andere betrokken mensen belangrijk vinden voor in de app. Zij zijn de medeontwerpers van de app.

Wat de doelgroep van mijn app belangrijk vindt, dat hoef ik gelukkig niet zelf te bedenken. Zij ontwerpen zelf ook mee.

Geen glazen bol

Hoe weet ik nou wat zij belangrijk vinden? Daarvoor hoef ik gelukkig niet in een glazen bol te loeren: daar is het ontwerpproces voor. In verschillende co-designworkshops bepalen we samen wat er in de app komt en wat het belangrijkste is als je net de diagnose kanker hebt gekregen. Zo willen patiënten graag gemotiveerd worden om de app te gebruiken (bijvoorbeeld door inspirerende berichten te krijgen), maar liever niet dat er een game gemaakt wordt van hun ziekte (bijvoorbeeld door het verdienen van shiny medailles).

Co-design betekent eigenlijk: ontwerpen samen met gebruikers. Het gaat erom dat je echt samen ontwerpt, en dus niet alleen om feedback vraagt. Ook commerciële bedrijven maken hier gebruik van. Zo heeft Coca-Cola samen met klanten nieuwe smaken ontwikkeld. En wist je dat klanten van DHL in een co-designworkshop een drone ontwierpen die pakjes bezorgt?

Mag het ook een robot zijn?

Toen ik begon met mijn onderzoek, had ik geen idee hoe de app eruit zou komen te zien. Ik wist alleen dat het een app werd en dat die app mensen met kanker zou helpen om zelfcompassie te trainen. We weten namelijk uit onderzoek dat het trainen van zelfcompassie mensen (met kanker) kan helpen om minder angst en stress te ervaren.

Als psycholoog-onderzoeker ben ik gewend om voort te borduren op die kennis. Maar toen ik ging overleggen en samenwerken met ontwerp-onderzoekers, stelden ze al snel de vraag: ‘Moet het eigenlijk wel een app zijn?’ En: ‘Moet het eigenlijk wel over zelfcompassie gaan?’. ‘Misschien hebben mensen met kanker wel meer aan een robot die de was voor ze doet?’ Ik overdrijf een beetje, maar deze open houding is kenmerkend voor ontwerp-onderzoekers.

Psychologie en design-onderzoek zijn twee verschillende werelden. In mijn onderzoek probeer ik ze te combineren.

Wat ik leerde op het virtuele congres

Op het virtuele congres heb ik meer geleerd over deze verschillen tussen psychologie en ontwerp-onderzoek. Ontwerp-onderzoek gaat over dingen die nog niet bestaan. Door iets nieuws te maken en uit te proberen, ontdek je nieuwe dingen die je niet per se van te voren had verwacht. Bij psychologie gaat het meestal anders. Je schat van te voren zo goed mogelijk in wat je kunt verwachten, en test daarna of de verwachtingen kloppen of niet.

Aan beide manieren zitten voor- en nadelen. Met ontwerp-onderzoek ben je niet beperkt tot wat er eerder al bedacht is, en kun je creatiever en flexibeler kijken naar oplossingen voor problemen. Maar met psychologisch onderzoek heb je vaak meer zicht op of een oplossing goed werkt, en hoe goed het werkt in vergelijking met andere oplossingen. Door je verwachtingen te testen, weet je beter wat je meet en wat je nog kan verbeteren.

Omgaan met verschillen

Natuurlijk hoef je niet altijd voor de ene of de andere manier te kiezen. In mijn onderzoek probeer ik het juist te combineren. Van te voren heb ik vastgesteld welke dingen ik belangrijk vond voor in de app, omdat uit onderzoek blijkt dat die goed werken. Maar uiteindelijk ontwierpen we de app samen met patiënten en verpleegkundigen. Door steeds nieuwe schetsen en ideeën uit te werken, kom je zo langzamerhand tot een ontwerp.

Materialen van tijdens een co-designworkshop met patiënten en verpleegkundigen, waarin we de zelfcompassie-app hebben ontworpen.
Judith Austin voor NEMO Kennislink

Je kunt je voorstellen dat er soms verschillen zijn tussen wat patiënten en verpleegkundigen in de app willen, en wat volgens onderzoek belangrijk is voor in de app. Hoe ga je met die verschillen om? Tijdens mijn presentatie op het congres heb ik deze vraag beantwoord. Soms kun je de verschillen met elkaar combineren, en soms moet je toch kiezen voor wat het allerbelangrijkste is. Maar één ding is wat mij betreft zeker: als het overbruggen van verschillen lukt, hebben psychologie en design elkaar veel te bieden!

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.