10 augustus 2021

De extreme uitersten van gender

Gender kent een turbulente geschiedenis en heden. Op Pride Amsterdam wapperen de regenboogvlaggen in de zon. Maar er wordt ook een 14-jarige in elkaar geslagen, omdat ze niet wil zeggen of ze zichzelf als jongen of meisje ziet. Waarom zorgt gender voor zoveel commotie?

Iedereen kent inmiddels de afkorting LHBTI+: Lesbisch, Homoseksueel, Biseksueel, Transgender, Intersex en de ‘+’ staat voor de verdere genderidentiteiten, seksuele oriëntaties en variaties in geslacht die mensen kunnen ervaren. Hoewel variaties in geslacht, genderidentiteit en seksuele oriëntatie niet hetzelfde zijn, pakt de LHBTI+ afkorting ze wel samen. Intersekse variaties zijn aangeboren verschillen in lichamen die niet passen bij de gangbare medische of sociale ideeën voor mannelijke en vrouwelijke lichamen.

Iemand met ovotestes bijvoorbeeld, heeft zowel weefsel van vrouwelijke geslachtsorganen (ovaria), als van mannelijke geslachtsorganen (testes). Genderidentiteit omschrijft hoe we onszelf zien – als man, vrouw, beiden of geen van beiden. Seksuele oriëntatie omschrijft tot wie we ons seksueel aangetrokken voelen – mannen, vrouwen, allebei of het geslacht van een eventuele partner maakt je niet uit.

Hoe zat het vroeger?

Variaties in geslacht, in de binaire man/vrouw genderidentiteit en op de heteroseksuele norm zijn al eeuwen bekend. Hermaphroditus was bijvoorbeeld de zoon van de Griekse goden Hermes en Aphrodite, en had zowel mannelijke als vrouwelijke kenmerken. Priesters die de godin Inanna vereerden, identificeerden zich als noch man, noch vrouw. En in Homerus’ Ilias beschrijft een meer dan vriendschappelijke liefde tussen de mannen Achilles en Patroclus. In de loop van de tijd hebben we als maatschappij een cisgender, heteroseksuele norm gedefinieerd, en variaties daarop zijn een afwijking, of soms zelfs (psychiatrische) ziekte.

In de Diagnositic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), ook wel de ‘psychiatriebijbel’ genoemd, staan psychiatrische aandoeningen en diagnostische criteria beschreven. Ook zorgverzekeraars baseren zich op de DSM voor hun richtlijnen qua vergoedingen. In de eerste DSM van 1952 werd homoseksualiteit als een ziekte gezien, die je kon genezen. Pas in 1987 werd homoseksualiteit als psychiatrische ziekte geschrapt. Hoewel homoseksualiteit an sich officieel geen psychiatrische ziekte meer is, brengt het soms nog wel psychologische problemen met zich mee, bijvoorbeeld als iemand zichzelf niet accepteert, of als de omgeving dat niet doet. In de DSM van 1952 stonden variaties in genderidentiteit en geslacht niet eens beschreven, alsof het toen nog niet bestond…

Of misschien werd het niet erkend? Veertien jaar later schreef de Nederlandse Gezondheidsraad het volgende: “Er van uitgaande, dat de transsexist behept is met een waan, als symptoom van zijn psycho-neurotische gestoordheid, dient psycho-therapie in alle gevallen van transsexisme als aangewezen te worden beschouwd.” Iemand die zich anders identificeerde dan het geboortegeslacht, was klaarblijkelijk psychotisch of neurotisch. En moest met psycho-therapie ‘genezen’ worden. Immers, volgens de toen gangbare normen was het lichaam de basis en had altijd gelijk, en moest de geest (en dus de genderidentiteit) daar maar bij aansluiten.

Hoe zit het nu?

Tegenwoordig gaat het gelukkig anders. Mensen die zich een andere genderidentiteit dan hun geboortegeslacht toeschrijven krijgen daarbij psychologische ondersteuning. In het medisch traject is de gewenste genderidentiteit leidend: de geest hoeft niet meer het lichaam te volgen. In de DSM-5 staat een mismatch tussen lichaam en genderidentiteit nog steeds beschreven. Maar niet omdat het als een psychiatrische stoornis te boek staat. Erkenning van genderdiversiteit in de DSM-5 zorgt er nu voor dat je zorgverzekering gender-gerelateerde zorg vergoedt.

Hoe nu verder?

De medische wereld heeft dus stappen gezet wat betreft de acceptatie van homoseksualiteit en variaties in genderidentiteit. Toch ervaren genderdiverse mensen barrières om naar de huisarts te stappen, ook voor zorg die niks met hun genderidentiteit te maken heeft! Maar daar vertel ik meer over in een andere blog.

Als ik de filmpjes zoals hierboven bekijk en berichten lees over de 14-jarige Frederique die in elkaar wordt geslagen omdat ze niet wil zeggen of ze zichzelf als jongen of meisje ziet of over homo’s die zichzelf niet durven zijn uit angst voor geweld, vraag ik me af of wij als maatschappij diversiteit in gender en seksuele oriëntatie daadwerkelijk accepteren.

Maar er zijn zeker ook hoopgevende ontwikkelingen. Zo mag iemand die zich niet als man of vrouw identificeert vanaf eind juli een ‘X’ als geslachtsaanduiding op hun geboorteakte registreren! Stapje voor stapje wordt onze samenleving steeds inclusiever.

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.