Deel III: De bètacanon Tiendelige collegereeks

Voor volwassenen
Dit is het derde deel uit een vierdelige leergang, waar in tien colleges de hoogtepunten uit de natuurwetenschappelijke geschiedenis worden besproken.

Deze canon biedt naar aanleiding van het boek De bètacanon, samengesteld onder leiding van de commissie Dijkgraaf, een selectie uit de vele thema’s die de natuurwetenschappen bestrijken.

Programma

Chaos – prof. dr. John van Opstal

Natuurlijke processen werken op basis van ‘natuurwetten’; wiskundige regels die bloot te leggen zijn aan de hand van fysische grondbeginselen. Als eenmaal bekend is hoe het proces op een bepaald moment is, kunnen die wetten het verdere verloop (verleden en toekomst) met grote precisie voorspellen. Echter, soms blijken de voorspellingen van de wiskundige modellen enorm sterk af te hangen van de begintoestand. Een hele kleine verandering in (of onnauwkeurigheid in de kennis van) die begintoestand kan dan een totaal ander verloop van het proces opleveren. In zo’n geval spreken we van ‘chaos’. Chaotische systemen zijn meer regel dan uitzondering, en ze confronteren ons hard met de grenzen aan de voorspelbaarheid van natuurlijke processen. In dit college zal de docent ingaan op het begrip chaos, en het universele karakter ervan illustreren aan de hand van een aantal sterk uiteenlopende voorbeelden.
Prof. dr. John van Opstal is hoogleraar bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour en bij de Faculteit der Medische Wetenschappen (RU), met als leeropdracht respectievelijk biofysica en systeembiofysica.

De fiets als trendsetter voor mobiliteit – prof. dr. Ruth Oldenziel

Vanaf de Parijse wereldtentoonstelling van 1867 werd de fiets razend populair, eerst bij de rijke jongeren en in de loop van de decennia bij alle lagen van de bevolking. Fietsfabrikanten waren pionier in de lopende band-productie en waren nauw betrokken bij het motoriseren van de fiets. De meesten ontwikkelden zich tot autofabrikanten. Deze voertuigen maken moderne mensen zeer mobiel. Die mobiliteit en onze visie daarop is constant in ontwikkeling. Tegenwoordig is daarbij veel aandacht voor tijdsbesteding, kosten, milieu en gezondheid. De fiets blijft daarom een belangrijke rol spelen. Autofabrikanten, beleidsmakers en stedelingen zien in de fiets opnieuw een trendsetter.

Prof. dr. Ruth Oldenziel is hoogleraar techniekgeschiedenis aan de TU Eindhoven. Zij leidt daar het onderzoeksprogramma Sustainable Urban Mobility since the 1850, en is projectleider van het onderzoeksproject Cycling Cities.

Levensduur – prof. dr. Lettie Lubsen

Volgens de evolutietheorie wordt de levensduur bepaald door de verdeling van de beperkte voedingsmiddelen tussen voortplanting en onderhoud van het lichaam. Snelle voortplanting, gunstig in een gevaarlijke omgeving, betekent meer “verwaarlozing” van het lichaam, dus korte levensduur, terwijl langzame voortplanting het tegenovergestelde effect heeft. De dood zou het gevolg zijn van externe factoren. Met het creëren van een beschermde leefomgeving lijkt de mens zich te onttrekken aan dit evolutionaire scenario. Toch veroudert ook een mens: het schadeherstel van cellen blijkt onvoldoende. Levensstijl kan celschade beperken maar of daarmee ook de menselijke levensduur langer wordt dan het geschatte maximum van 125-135 jaar is de vraag.

De atoombom – Wout Moerman

Hoe is het met de beroemde formule E=mc² te verklaren dat een explosie van 64 kilo uranium overeenkomt met die van 15.000.000 kilo TNT? Hoeveel mensen komen bij zo’n explosie om door de explosie zelf en hoeveel door de straling? Hoe is het dan met de gezondheid van de overlevenden gesteld? En hoe is dit te vergelijken met bijvoorbeeld Fukushima? Dit zijn vragen die tijdens het college aan bod komen.
Wout Moerman is stralingsbeschermingsdeskundige bij de Arbo & Milieudienst van het Radboudumc en de RU, hij coördineert en doceert stralingsonderwijs.

Leve taal! – prof. dr. Helen de Hoop

Lange tijd is gedacht dat de betekenis van een zin tot stand komt als een eenvoudige optelsom van de betekenis van de woorden plus de structuur van de zin. Dat lijkt zó eenvoudig dat een computer het zou moeten kunnen. Maar zo eenvoudig is het niet en computers kunnen het nog steeds niet. Een computer weet niet zomaar dat ‘Piet’ het voor de hand liggende onderwerp is in de zin ‘Piet heeft Jan in de kelder verstopt’, terwijl ‘Jan’ dat is in de vergelijkbare zin ‘Het lijk heeft Jan in de kelder verstopt’. De invloed van ‘levendheid’ op (het ontstaan van) grammatica en op de interpretatie en productie van zinnen staat centraal in dit college, waarbij uiteenlopende talen de revue passeren.


Prof. dr. Helen de Hoop is hoogleraar theoretische taalwetenschap aan de RU. Zij houdt zich bezig met de relatie tussen syntaxis en semantiek en onderzoekt de universaliteit en de reikwijdte van de variatie in talen. Tevens is ze verbonden aan het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour.

Isaac Newton (1642–1727) – prof. dr. Klaas Landsman

Newton was de grootste geleerde ooit, tenminste wat de exacte vakken betreft; de moderne wetenschap begon feitelijk met hem. Zijn belangrijkste bijdragen waren aan de natuur- en wiskunde, maar hij was ook een volleerd instrumentmaker, filosoof, theoloog, en alchemist. In de wiskunde was hij de grondlegger van de integraal- en differentiaalrekening. Als fysicus formuleerde hij de wetten van de klassieke mechanica en de universele gravitatiewet. Deze combinatie paste hij toe op het zonnestelsel, waardoor hij bijvoorbeeld de (empirische) wetten van Kepler kon afleiden. Tevens leverde hij belangrijke bijdragen aan de optica. Hij bedreef zowel de experimentele als de theoretische natuurkunde op het allerhoogste niveau. We gaan ook in op de excentrieke persoonlijkheid van dit spreekwoordelijke genie.


Prof. dr. Klaas Landsman is hoogleraar mathematische fysica aan de Radboud Universiteit. Prof. dr. Lettie Lubsen is emeritus hoogleraar moleculaire biologie aan de RU. Ze deed jarenlang onderzoek naar het gebruik van erfelijke informatie bij zoogdieren.

Albert Einstein (1879–1955) – prof. dr. Klaas Landsman

Einstein was tenminste binnen de natuurkunde de opvolger van Newton en geldt als de belangrijkste geleerde van de twintigste eeuw. Hij was een van de wegbereiders (en later critici) van de kwantummechanica, maar unieker was zijn rol als grondlegger van zowel de speciale als de algemene relativiteitstheorie. Beide geven nieuw inzicht in ruimte en tijd, de tweede tevens in de zwaartekracht. Hiermee formuleerde hij de huidige theoretische basis voor de kosmologie, waarmee bijvoorbeeld de oerknal, zwarte gaten, en de recent ontdekte gravitatiegolven begrepen kunnen worden. Ook in dit college gaan we niet voorbij aan het karakter en de werkwijze van de wetenschapper.

Micro-organisme – dr. Ger Bongaerts

Micro-organismen zijn heel kleine, vrij levende organismen, die bestaan uit één enkele cel. Los van andere cellen voeren ze allerlei levensprocessen uit. Tot deze groep behoren ook de virussen, die niet meer gedefinieerd kunnen worden als cellen, en die een tussenvorm zijn tussen levende en niet-levende stof. Dit college beoogt een goed beeld te geven van de “onzichtbare” microwereld.
Dr. Ger Bongaerts is biochemicus/microbioloog aan het Laboratorium Kinderinfectiologie van het Radboudumc en heeft zich vooral gespecialiseerd in de functionele fysiologie van diverse micro-organismen, zoals virussen, bacteriën, gisten en schimmels in de hun omringende wereld, met name het menselijk lichaam.

De annuïteitenhypotheek – prof. dr. Peter Spreij

Geld is het smeermiddel van de economie en financiële planning is in dat kader essentieel. In dit college belichten we een paar voorbeelden waarin wiskundige methoden centraal staan. In het bijzonder kijken we naar een annuïteitenhypotheek en beantwoorden we de vraag hoe – uitgaande van het te lenen bedrag voor de aanschaf van een huis, het jaarlijkse rentepercentage en de termijn van de hypotheek – het vaste maandbedrag kunt uitrekenen. Deze vraagstelling is een geschikte aanleiding om te kijken naar een paar onderwerpen uit de wiskunde: stelsels lineaire vergelijkingen, matrixrekening en enkele bijzondere rijen die voortkomen uit recurrente betrekkingen.

De transistor – prof. dr. Theo Rasing

De transistor is een klein maar essentieel element van de moderne elektronica. Het is bij uitstek een voorbeeld van hoe een fundamentele ontdekking tot niet meer weg te denken toepassingen kan leiden zoals computers en “smartphones” maar ook tot sensoren die het leven veiliger en gezonder kunnen maken. Loopt de “wet van Moore” echt op zijn eind?


Prof. dr. Theo Rasing is directeur van het Institute for Molecules and Materials en hoogleraar Spectroscopy of Solids and Interfaces (RU). Prof. dr. Peter Spreij is universitair hoofddocent bij het Korteweg-de Vries Instituut (Universiteit van Amsterdam).

Aanmelden

Aanmelden voor deze collegereeks is verplicht via de website

Datum

donderdag 28 november 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 21 november 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 14 november 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 7 november 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 31 oktober 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 24 oktober 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 17 oktober 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 10 oktober 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 3 oktober 2019 van 13:30 tot 15:15
donderdag 26 september 2019 van 13:30 tot 15:15
Toon alle data

Prijs

€ 338,00

Locatie

Erasmusplein 1 6525 HT, Nijmegen Nederland

Contact

+31 (0)24 361 30 83

Organisatie